Advies nodig?  088 - 47 47 000

(lokaal tarief)
ma-vr tot 21 uur | za tot 17 uur

De Hoge Raad heeft recent een belangrijke uitspraak gedaan op het gebied van ontslag op basis van een strafrechtelijk vonnis.  De centrale vraag in deze kwestie was of een onherroepelijk strafrechtelijk vonnis het recht gaf de betreffende werknemer op staande voet te ontslaan.

De werknemer, die sinds 1971 in dienst was en zeer goed functioneerde, werd in 2006 veroordeeld voor een gevangenisstraf van drie jaar waarvan één jaar voorwaardelijk. Dit wegens onzedelijke handelingen met zijn stiefzoon.

De werkgever ontsloeg hem –nadat dit vonnis onherroepelijk was geworden op staande voet per brief. De werkgever voerde aan dat wegens de ernst van het misdrijf het vertrouwen onherstelbaar was beschadigd. Tevens zou de terugkeer van de werknemer grote onrust veroorzaken binnen het bedrijf. De werkgever stelde voorts dat het werkverzuim, welke het gevolg was van de veroordeling, op zichzelf al voldoende grond gaf de werknemer op staande voet te ontslaan.
De werknemer vorderde nietigheid van het ontslag en betaling van zijn loon tot aan het moment van een rechtsgeldige beëindiging. Ook bleef hij zich beschikbaar houden om zijn werkzaamheden te hervatten.

Het gerechtshof stelde in deze zaak dat verzuim ten gevolge van een onherroepelijk strafrechtelijk vonnis feitelijk geen direct recht gaf iemand op staande voet te ontslaan. Het strafbare feit waar de werknemer voor veroordeeld was, had namelijk geen samenhang met de werkzaamheden bij het bedrijf. Tevens vonden de ontuchtelijke handelingen bij de werknemer thuis plaats, hetgeen betekende dat deze handelingen zijn werkzaamheden dan ook niet (negatief) beïnvloed hadden. De werkgever had voorts toegegeven geen directe schade te hebben geleden aan de veroordeling. De werkzaamheden van verdachte waren binnen het team opgevangen en de vacature stond op dat moment nog steeds open.

De werkgever voerde nog aan dat, doordat de werknemer voor een lange tijd niet beschikbaar was, hij niet in staat was zich daarna aan te passen aan de veranderingen, maar ook dit vond het gerechtshof niet voldoende om de werknemer op staande voet te ontslaan. Het gestelde verlies van vertrouwen in de werknemer en de genoemde onrust op de werkvloer sneden volgens het hof ook geen hout.

Het gerechtshof concludeerde dan ook dat het ontslag op staand voet nietig was en de werkgever veroordeelde tot betaling van salaris met alle bijkomende looncomponenten, zoals vakantiebijslag en door de advocaat van de werknemer gevorderde wettelijke rente en verhoging.

De Hoge Raad verwierp vervolgens zonder blikken of blozen het cassatieberoep van de werkgever en sloot zich feitelijk 1-op-1 aan bij het oordeel van het gerechtshof.

De advocaten van Beljon Business Law hebben veel ervaring met het procederen in soortgelijke ontslagzaken voor zowel ondernemers/bedrijven als werknemers. Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen via 088 – 4747000 of per e-mail Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. .

Klik hier voor de desbetreffende uitspraak.

 

Kantoor Amsterdam

‘Atrium Gebouw’ – Regus
Strawinskylaan 3051
1077 ZX Amsterdam
t 088 - 4747000
f 088 - 4747047

Kantoor Utrecht

Gebouw 'Einstein'
Einsteindreef 105
3562 GB Utrecht
t 088 - 4747000
f 088 - 4747047