
Deze zaak werd door de curator aangespannen jegens de bestuurder nu er sprake zou zijn van onbehoorlijke taakvervulling. De B.V. had - zo stelde de curator - niet voldaan aan haar fiscale verplichtingen, zoals de aangifte tot en betaling van loonbelasting en omzetbelasting.
Het gevolg hiervan was geweest dat de fiscus, na ambtshalve aanslagen en een boete, op 20 oktober 2009 bodembeslag had gelegd. Tevens waren de jaarrekeningen over boekjaar 1999 en 2003 te laat gedeponeerd c.q. openbaar gemaakt. De jaarrekening over 2005 was vijf dagen na de fatale termijn gedeponeerd. Over de jaren 2007 en 2008 waren de jaarrekeningen na ongeveer 10 maanden pas gepubliceerd.
De B.V. had een doorlopend krediet ontvangen van de ING Bank in verband met de uitbreiding van de onderneming en over te nemen winkels, maar dit krediet ad € 150.000,- was begin 2009 al volledig besteed en de curator leidde hieruit af dat de onderneming begin 2009 reeds in toestand verkeerde dat zij was opgehouden te betalen. Het bestuur koos er echter voor om door te gaan, waarmee – zo stelde de curator – feitelijk de belastingdienst de onderneming had laten doorfinanciëren.
Na de faillietverklaring per 20 oktober 2009 hadden zich verschillende klanten gemeld die computeronderdelen bij de onderneming ter reparatie hadden ondergebracht. Door een onduidelijke administratie was – aldus de curator – niet meer na te gaan waar deze onderdelen zich nu bevinden.
De curator stelde het bestuur aansprakelijk, maar aan de sommatie het boedeltekort over te maken op de boedelrekening van de curator werd geen gehoor gegeven. Gezien het feit dat de administratie niet binnen de wettelijke termijn openbaar gemaakt was, kon men – zo stelde de curator – niet tot een andere conclusie komen dan dat hier sprake is van onbehoorlijke taakvervulling welke een belangrijke reden was voor het faillissement. Deze stelling werd verder door hem onderbouwd door te verwijzen naar de gebrekkige administratie wat betreft de reparaties. Daarnaast had het onbehoorlijke bestuur geleid tot de extra hoge boete van de belastingdienst. Gezien al deze punten, was het voor de curator duidelijk dat het bestuur de de (adminsitratieve) verplichtingen van de vennootschap niet serieus namen werd door de curator in de betreffende procedure op basis van hoofdelijke aansprakelijkheid van de ondernemer en het moederbedrijf een bddrag ter hoogte van meer dan € 120.000,= gevorderd.
Het verweer van het bestuur luidde dat niet te stellen is dat de gestelde punten van onbehoorlijk bestuur, de oorzaak zijn geweest van het faillissement. De Hoge Raad heeft eerder uitgemaakt dat, indien de bestuurder – die te laat zijn jaarcijfers heeft gedeponeerd – aannemelijk weet te maken dat het faillissement door andere omstandigheden is veroorzaakt ,dit voldoende is om het wettelijke vermoeden van onbehoorlijk bestuur te weerleggen.
Enkel de periode van 3 jaar voor het faillissement is – zo stelt de rechtbank –relevant in het kader van het aantonen althans aannemelijk maken van onbehoorlijk bestuur, de te late openbaarmakingen van 1999 en 2003 spelen in dit geval dus geen rol. De vijf dagen die de vennootschap de jaarrekening over 2005 heeft gedeponeerd, zijn volgens de rechtbank voorts niet voldoende om de vordering hier mede op te baseren. De vennootschap maakte voorts gebruik van een softwareprogramma waarmee de boekhouding op elk moment aangeboden kon worden en het enkele feit dat deze stukken nog niet op papier beschikbaar waren, ziet de rechter dan ook niet als onbehoorlijk bestuur.
De rechter stelt voorts dat beslissingen nemen welke een geringe kans van slagen hebben, horen bij het ondernemerschap. Hier mag de ondernemer achteraf dan ook niet op afgerekend worden.In dit geval kan de ondernemer dan ook niet verweten worden dat zijn beslissing onverantwoordelijk was. De ondernemer stelde dat de oorzaak van het faillissement ligt in het feit dat de onderneming een reeks van tegenslagen moest verwerken, welke zij niet meer te boven kwam. Te weten de economische recessie, de groeiende verkoop via internet en een noodgedwongen verhuizing van een vestiging. De rechter gaat hierin mee en spreekt uit dat de vordering van de curator dan ook afgewezen dient te worden, nu niet aannemelijk is gemaakt dat het gestelde onbehoorlijke bestuur de oorzaak van het faillissement is. Tevens wordt de curator in de proceskosten veroordeeld worden.
De advocaten bij Beljon Business Law hebben veel ervaring op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid en het procederen tegen curatoren. Neemt u voor meer informatie contact met ons op via het nummer 088 – 4747000 of per e-mail:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
.
Klik hier voor de desbetreffende uitspraak.
‘Atrium Gebouw’ – Regus
Strawinskylaan 3051
1077 ZX Amsterdam
t 088 - 4747000
f 088 - 4747047
Gebouw 'Einstein'
Einsteindreef 105
3562 GB Utrecht
t 088 - 4747000
f 088 - 4747047
Copyright 2009-2012 - Beljon Business Law - Alle rechten voorbehouden
algemene voorwaarden - disclaimer - sitemap
ReorganisatieAdvocaat.nl - OntslagAdvocaat.Biz - FaillissementAdvocaat.nl - IncassoAdvocaat.Biz - IncassoAmsterdam.nl
IncassoUtrecht.nl - UtrechtAdvocaten.nl - WoekerpolisAdvocaat.nl